Co-ouderschap in de praktijk
Wie kiest voor co-ouderschap, moet de nodige hobbels overwinnen. Hoe kunnen ouders in de praktijk het beste omgaan met de wettelijke regelingen? Een voorbeeld maakt dit duidelijk.
Co-ouders hebben meerdere kinderen
Stel er zijn drie kinderen van 11, 14 en 17 jaar. De ouders krijgen ieder de helft van kinderbijslag: Zij moeten het bedrag zelf verdelen. Voor de heffingskortingen is het verhaal ingewikkelder. Alleen de ouder waarbij de kinderen staan ingeschreven, kan de kortingen aanvragen. Deze regel is te vermijden door de kinderen over beide huishoudens te verdelen.
Het kind van 11 jaar wordt bijvoorbeeld bij de moeder ingeschreven en de kinderen van 14 en 17 jaar bij de vader. Beide ouders hebben nu recht op de kinderkorting en de aanvullende kinderkorting voor kinderen jonger dan 16 jaar. Ook hebben beide ouders recht op de alleenstaande ouderkorting, tenzij zij inmiddels met een nieuwe partner samenwonen.
De moeder heeft bovendien recht op de aanvullende alleenstaande ouderkorting, omdat het kind van 11 jaar officieel bij haar woont. Beide ouders kunnen bovendien de combinatiekorting aanvragen.
Co-ouders hebben één kind
Dan zijn er verschillende oplossingen mogelijk. Op de eerste plaats kunnen de ouders kijken wie van hen het laagste inkomen heeft. Het kind wordt ingeschreven op het adres van deze ouder, waardoor hij of zij een beroep kan doen op de regelingen. Een andere mogelijkheid is dat de ouders - net als bij de kinderbijslag - de bedragen zelf onderling verrekenen.